Er is niet één regeling, er zijn er drie
Mensen zoeken op "de ERE-regeling" alsof het één stuk tekst is dat je kunt openslaan. Dat is het niet. De regels staan verdeeld over drie niveaus, en welk niveau je nodig hebt, hangt af van wat je wilt weten.
| Niveau | Document | Wat er in staat |
|---|---|---|
| Wet | Omgevingswet, paragraaf 9.7 | Wat een ERE is, de ERE-E voor elektriciteit, de overgang van HBE naar ERE en de fossiele referentiewaarde van 183 g CO₂eq/MJ |
| Algemene maatregel van bestuur | Besluit energie vervoer (BWBR0040922, geldend 2026-06-20) | De wettelijke basis. Verwijst voor het begrip "adres" naar de Wet WOZ, artikel 16 onderdelen a tot en met e en voor "directe lijn" naar de Energiewet, artikel 1.1. Bevat de exclusiviteitseis en de deadline van 1 april. Géén jaarparameters. |
| Ministeriële regeling | Regeling energie vervoer (Staatscourant 2026, nr. 15748, regeling van 23 april 2026, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) | De uitvoeringsregels en de jaarcijfers: de fossiele referentiewaarde van 183 g CO₂eq/MJ voor elektriciteit en 94 voor vloeibare en gasvormige brandstoffen, de inboekdrempel van 2 miljoen kWh (artikel 9) en de alternatieve drempel van 200 machtigingen |
De drie niveaus van de ERE-regelgeving. Bron: Besluit energie vervoer (BWBR0040922) en Regeling energie vervoer (Stcrt. 2026, nr. 15748), met de NEa-uitleg van de wettelijke basis.
Van boven naar beneden wordt het concreter. De wet stelt vast dát er ERE’s zijn en wat ze betekenen. Het Besluit regelt wie mag inboeken en onder welke voorwaarden. De Regeling vult de getallen in.
Een detail dat verwarring geeft: het Besluit definieert een aantal begrippen niet zelf, maar verwijst naar andere wetten. "Adres" is in het Besluit een onroerende zaak in de zin van de Wet WOZ, waardoor de NEa met het WOZ-object rekent en niet met het kadastrale adres. En "directe lijn" is gedefinieerd in de Energiewet. Wie de exacte voorwaarden van een directe lijn wil weten, moet dus in de Energiewet kijken en niet in het Besluit.
Waarom die gelaagdheid uitmaakt
Dit is het punt dat de meeste samenvattingen weglaten, en het is precies het punt waar je iets aan hebt: de jaarcijfers staan in de Regeling, niet in het Besluit.
Dat betekent dat een parameter kan wijzigen zonder dat de wet of het Besluit verandert. Het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel is daarvan het duidelijkste voorbeeld: voor 2026 staat het op 50,5%, en dat cijfer wordt door het CBS vastgesteld op basis van het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit van twee jaar eerder. Het verandert dus jaarlijks, zonder wetswijziging.
Praktisch gevolg: wil je een percentage of een referentiewaarde controleren of verantwoorden, richting je accountant, je verificateur of je interne compliance, dan kijk je in de Regeling. Zoek je de bevoegdheids- en definitievragen, dan kijk je in het Besluit. Zoek je wat een ERE fundamenteel is, dan zit je in de Omgevingswet.
Dat verklaart ook waarom samenvattingen van "de ERE-regeling" snel verouderen. Een samenvatting die de jaarcijfers meeneemt, is een jaar later deels onjuist zonder dat er iets aan de wet is veranderd. Vandaar de opzet van deze pagina: per niveau de vindplaats en wat er staat, zodat je het cijfer bij de bron kunt controleren in plaats van bij ons.
Het stelsel waar de regeling in staat
De ERE-regeling staat niet los. Ze is de Nederlandse uitwerking van de brandstoftransitieverplichting (BTV), uitgevoerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) via het Register Energie voor Vervoer (REV).
De BTV eist dat de broeikasgasuitstoot van brandstoffen in de sector vervoer met minimaal 14,5% is teruggebracht in 2030, en werkt met verhandelbare ERE’s in de sectoren land, binnenvaart en zeevaart. De Europese herkomst is RED III; hoe die richtlijn doorwerkt en waarom Nederland per 1 januari 2026 is overgestapt, staat in RED III en de brandstoftransitieverplichting.
Twee data zijn hard:
- Vóór 1 maart moeten leveringen uit het voorgaande kalenderjaar in het REV zijn geregistreerd.
- Vóór 1 april moeten verplichtinghouders voldoende ERE’s op hun rekening hebben.
Het volledige jaaroverzicht staat in de ERE-tijdlijn 2026 tot 2027.
Wat levert jouw laadstroom op?
Nu ongeveer €0,10 per kWh bruto, stand 16 okt 2026. Wat je netto overhoudt hangt af van je volume: reken het uit.
Wat de ERE-regeling niet is
Drie verwarringen die vaak opduiken, en die elk een ander antwoord hebben.
Geen subsidieregeling. Een ERE is een verhandelbare eenheid die je verdient door hernieuwbare energie aan vervoer te leveren. De opbrengst komt uit de markt, van brandstofleveranciers met een verplichting, niet van de overheid. Er is geen aanvraagloket, geen beschikking en geen subsidieplafond. Wat er wél over subsidie te zeggen valt, inclusief de manier waarop een SDE++-beschikking je opbrengst kan beperken, staat op is een ERE een subsidie?
Geen vergunning of beleidsregel die je aanvraagt. Je vraagt "de regeling" niet aan. Je registreert een rekening in het REV, of je machtigt een inboekdienstverlener die dat namens je doet. Hoe dat verloopt, staat in het stappenplan voor ERE-registratie.
Niet hetzelfde als de oude HBE-systematiek. Het ERE-stelsel verving het HBE-stelsel op 1 januari 2026. Voor lopend inboeken bestaat er geen doorlopende omrekenfactor tussen HBE’s en ERE’s; de systematiek stuurt sinds 2026 op CO₂-emissiereductie in plaats van op energie-inhoud. Wél bestaat er een eenmalige transitiefactor van 46 voor tegoeden die rekeninghouders naar het nieuwe nalevingsjaar spaarden: die worden op 1 mei 2026 met 46 vermenigvuldigd. Dat is een balansomrekening bij de overgang, geen algemene equivalentie. De volledige vergelijking staat in HBE versus ERE.
Welke regels specifiek jouw laadpaal raken
Zoek je op de laadpaal-variant van deze vraag, dan gaat het in de praktijk om drie eisen. Ze staan hier kort; elk heeft zijn eigen pagina met de volledige uitwerking.
Exclusiviteit en afnemerschap. De aansluiting of het bemeterde allocatiepunt moet uitsluitend voor vervoer bestemd zijn, en je moet in het Centraal Aansluitingenregister van de netbeheerders als afnemer op die aansluiting geregistreerd staan. Een secundair allocatiepunt alleen is niet genoeg. Uitgewerkt in ERE-registratie.
Een MID-meter in de laadpaal. Sinds 1 januari 2026 moet de MID-gecertificeerde meter in de laadpaal geïntegreerd zijn. Voor bedrijven die vóór 2026 met een externe meter inboekten geldt een overgangsjaar tot 1 januari 2027; voor particulieren geldt géén overgangsjaar. Bij een thuislader is de exclusieve aansluiting de eerste route, en de MID-meter in de laadpaal wat overblijft als die er niet is en niet geplaatst kan worden. Uitgewerkt in MID-certificering en metereisen.
Gevalideerde meetdata. Je laadsessies moeten toewijsbaar zijn aan een leverpunt en een periode. Wat dat oplevert en waar de opbrengst op vastloopt, staat op wat een laadpaal oplevert.
Meer over de regelgeving
Zo werkt de inboekdienstverlening van Voltico binnen deze regels, van de datakoppeling tot de uitbetaling.
Wat Voltico hierin voor je doet
Voltico volgt de Regeling energie vervoer en haar jaarcijfers voor je, en vertaalt wijzigingen naar wat ze voor jouw inboeking betekenen. Je hoeft zelf niet drie regelniveaus te controleren om te weten waar je aan toe bent.
