Nog 58 dagen om te kiezen voor 2026. Ons advies: regel het vóór 31 december. Aan de slag voor 2026

HBE vs. ERE: wat er in 2026 veranderde

De HBE (Hernieuwbare Brandstofeenheid) is per 1 januari 2026 vervangen door de ERE (emissiereductie-eenheid). Daarmee veranderde ook de rekengrondslag: van energie-inhoud naar CO₂-emissiereductie in de keten. Er bestaat géén vaste omrekenfactor tussen HBE’s en ERE’s. Alleen voor al gespaarde HBE’s gold een eenmalige omrekening, vastgesteld door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa): een vermenigvuldiging met 46 op 1 mei 2026.

HBE vs. ERE: wat er in 2026 veranderde
Inhoud
  1. In dit artikel
  2. Wat er precies is veranderd
  3. De rekengrondslag: energie-inhoud vs. ketenemissie
  4. De factor 46: wat hij wél en niet betekent
  5. Wat er met je gespaarde HBE-saldo gebeurde
  6. Wat er verder veranderde
  7. HBE en ERE naast elkaar
  8. Wat Voltico hierin voor je doet

In dit artikel

  1. Wat er precies is veranderd
  2. De rekengrondslag: energie-inhoud vs. ketenemissie
  3. De factor 46: wat hij wél en niet betekent
  4. Wat er met je gespaarde HBE-saldo gebeurde
  5. Wat er verder veranderde
  6. HBE en ERE naast elkaar
  7. Veelgestelde vragen

Wat er precies is veranderd

Tot en met 2025 werkte Nederland met HBE’s (Hernieuwbare Brandstofeenheden). Op 1 januari 2026 namen ERE’s (emissiereductie-eenheden) die rol over, als onderdeel van de invoering van RED III. De HBE is dus de voorganger van de ERE en bestaat alleen nog als historische term.

Maar er veranderde meer dan de naam. ERE’s worden anders berekend, en dat heeft gevolgen voor iedereen die het oude systeem gewend was.

De rekengrondslag: energie-inhoud vs. ketenemissie

De HBE stuurde op energie-inhoud: hoeveel hernieuwbare energie er in de geleverde brandstof zat, bijvoorbeeld bij het laden van elektrische auto’s.

De ERE stuurt op CO₂-emissiereductie in de keten: hoeveel uitstoot je daadwerkelijk vermijdt ten opzichte van een Europees vastgestelde fossiele referentiewaarde. Voor elektriciteit is die referentiewaarde 183 g CO₂eq/MJ.

Omdat de grondslag anders is, bestaat er geen algemene omrekening van HBE’s naar ERE’s. Twee leveringen met dezelfde energie-inhoud kunnen een verschillende emissiereductie opleveren, afhankelijk van de herkomst van de energie. De vraag ‘hoeveel ERE’s is één HBE waard?’ heeft daarom geen vast antwoord.

De factor 46: wat hij wél en niet betekent

Voor gespaarde HBE’s gold eenmalig een omrekenfactor van 46. Op 1 mei 2026 zette de NEa één gespaarde HBE om in 46 ERE’s. Dat gold alleen voor de omzetting van HBE-Overig (HBE-O) naar ERE-Overig (ERE-O). Juist over deze eenmalige omrekening ontstaat vaak verwarring.

De factor is niet willekeurig gekozen. De NEa baseerde hem op de CO₂-reductie van 47 kg per HBE, zoals vastgesteld voor 2026 (en 2025). Daarvan is de bijdrage van beter fossiel afgetrokken (de emissiereductie die aan het verbeteren van fossiele brandstoffen wordt toegerekend).

De factor 46 is dus twee dingen tegelijk, en die twee moet je niet door elkaar halen:

  • ✓ Wél waar: een eenmalige transitie- of balansfactor, toegepast op gespaarde HBE-tegoeden op één datum.
  • ❌ Niet waar: een doorlopende equivalentie waarbij één HBE altijd 46 ERE zou zijn, waarmee je lopende inboekingen zou omrekenen. Die bestaat niet, want de rekengrondslag is veranderd.

Wie dat verschil niet maakt, kan tot een verkeerde berekening komen. De factor zegt iets over een saldo dat op 1 mei 2026 is omgezet, niet over wat een levering vandaag oplevert.

Wat er met je gespaarde HBE-saldo gebeurde

HBE-tegoeden zijn automatisch omgezet. Na de jaarafsluiting rekende de NEa de HBE-O-eenheden uit 2025 om naar ERE-Overig (ERE-O). Die vermenigvuldiging voerde de NEa uit op 1 mei 2026.

Daardoor bestaat ERE-O in 2026 uit twee groepen: de omgezette HBE-O’s, en de ERE’s uit de reguliere categorie ‘overige biobrandstoffen’ (zoals tussenteeltgewassen en resten uit voedsel- en voederverwerking).

Wat er verder veranderde

Naast de rekengrondslag veranderde er nog meer.

  • Zes typen in plaats van één indeling: ERE-E (elektriciteit), ERE-G (geavanceerde biobrandstoffen), ERE-R (RFNBO’s: hernieuwbare waterstof en e-fuels), ERE-B (uit gebruikte plantaardige of dierlijke oliën en vetten), ERE-C (conventionele biobrandstoffen) en ERE-O (overige). De volledige indeling vind je in wat een ERE is.
  • Sectorcodes: elke ERE draagt een sectorcode. LRE staat voor land, BRE voor binnenvaart, ZRE voor zeevaart.
  • Een spaarlimiet (het maximale aantal ERE’s dat je mag meenemen naar het volgende jaar). ERE’s daarboven vervallen na de jaarafsluiting op 1 april. ERE-E’s voor de landsector (LRE-E) kun je niet in andere vervoerssectoren inzetten.

HBE en ERE naast elkaar

KenmerkHBE (t/m 2025)ERE (vanaf 2026)
RekengrondslagEnergie-inhoud van de brandstofCO₂-emissiereductie in de keten
Wat één eenheid voorstelt1 eenheid hernieuwbare energie1 kg vermeden CO₂-equivalent t.o.v. een Europees vastgestelde fossiele referentiewaarde
TypenEén indelingZes typen: ERE-E, ERE-G, ERE-R, ERE-B, ERE-C, ERE-O
SectorsturingNiet van toepassingSectorcodes LRE (land), BRE (binnenvaart), ZRE (zeevaart)
RegisterREVREV
Startdatumn.v.t.1 januari 2026

Wat Voltico hierin voor je doet

Had je nog HBE-tegoed staan? Voltico heeft de omzetting naar ERE-Overig voor onze klanten gevolgd en zorgt dat lopende inboekingen gewoon op de nieuwe grondslag worden geregistreerd. Je hoeft zelf niet uit te zoeken welke factor waar geldt.

Veelgestelde vragen

Delen