In dit overzicht
- Wat is een ERE precies?
- ERE of HBE: wat er in 2026 veranderde
- De zes ERE-typen en de sectorcodes
- Wie kan ERE’s verdienen?
- Hoeveel leveren ERE’s op?
- Hoe boek je ERE’s in?
- Welke regels en deadlines gelden er?
- Zelf inboeken of via een inboekdienstverlener?
- Veelgestelde vragen
Wat is een ERE precies?
De NEa definieert een ERE zo: “1 ERE staat voor 1 kg CO2eq-emissiereductie in de keten ten opzichte van een Europees vastgestelde fossiele referentiewaarde.” Simpel gezegd: er wordt gekeken naar hoeveel CO₂-uitstoot je bespaart ten opzichte van fossiele energie. Voor elektriciteit gebeurt dat met een referentiewaarde van 183 g CO₂eq/MJ. Je meterstand, bijvoorbeeld hoeveel kWh je hebt geladen, is het startpunt van de berekening. Hoeveel ERE’s je uiteindelijk krijgt, hangt af van hoeveel fossiele uitstoot je hebt vermeden.
Waarom noemt de markt het dan een certificaat? Omdat je een ERE kunt bezitten en doorgeven. Wel goed om te weten: het is geen document, papier of bewijsstuk, maar een eenheid op een rekening in het REV, zoals saldo op je bankrekening.
Niet de laadsessie zelf heeft marktwaarde, maar de geregistreerde en gevalideerde ERE’s die eruit voortkomen. Zo’n emissiereductie-eenheid kan van eigenaar wisselen. Brandstofleveranciers die onder de brandstoftransitieverplichting vallen, kopen ERE’s om aan hun wettelijke plicht te voldoen. Ze kunnen ERE’s ook zelf verkrijgen, door voertuigen te laden of biobrandstoffen te leveren.
Zo ontstaat een markt waarin partijen ERE’s verdienen door hernieuwbare energie aan vervoer te leveren, en die vervolgens verkopen aan partijen die ERE’s nodig hebben om aan hun verplichtingen te voldoen. Dat marktmechanisme helpt Nederland zijn nationale en Europese CO₂-doelen te halen.
Wil je alleen de kerndefinitie? Lees wat een ERE precies is in het kort, of zoek de term ERE op in onze begrippenlijst.
ERE of HBE: wat er in 2026 veranderde
Tot begin 2026 werkte Nederland met HBE’s (Hernieuwbare Brandstofeenheden), de voorganger van ERE’s. Sinds 1 januari 2026 zijn HBE’s vervangen door ERE’s. Die verandering komt voort uit de invoering van RED III (Renewable Energy Directive III), de Europese richtlijn die de basis vormt voor het ERE-systeem.
Het belangrijkste verschil zit in hoe de eenheden worden berekend. HBE’s draaiden om de hoeveelheid hernieuwbare energie die aan vervoer werd geleverd. ERE’s zijn gebaseerd op de hoeveelheid CO₂-uitstoot die in de hele keten wordt vermeden ten opzichte van de fossiele referentie. Er wordt dus niet langer alleen gekeken naar hoeveel hernieuwbare energie je levert, maar vooral naar hoeveel uitstoot je daarmee bespaart.
Een veelgestelde vraag is hoe ERE’s zich tot HBE’s verhouden. Dat valt niet zomaar om te rekenen, want de grondslag veranderde van energie-inhoud naar CO₂-reductie. Heb je nog HBE-tegoed staan, dan geldt er wél een eenmalige regel: de NEa vermenigvuldigde die tegoeden op 1 mei 2026 met 46, zodat één gespaarde HBE 46 ERE wordt. Die 46 komt uit de HBE-reductiebijdrage van 47 kg per HBE, minus de bijdrage van beter fossiel. Het gaat specifiek om de omzetting van HBE-Overig naar ERE-Overig; reken 46 dus als eenmalige transitiefactor voor gespaard saldo, niet als een blijvende omrekenkoers tussen HBE en ERE.
Benieuwd naar alle verschillen tussen ERE’s en HBE’s? Zie HBE vs. ERE: alle verschillen op een rij.
De zes ERE-typen en de sectorcodes
Er bestaat niet één type ERE. Er zijn zes typen, afhankelijk van de energiebron, elk met een eigen inboekeenheid. Voor het laden van elektrische voertuigen is de ERE-E relevant. Maar wie alleen aan elektriciteit denkt, mist het grootste deel van het systeem.
| Type | Energiebron |
|---|---|
| ERE-E | Hernieuwbare elektriciteit geleverd aan vervoer |
| ERE-G | Geavanceerde biobrandstoffen (grondstoffen uit Bijlage IX, deel A van de richtlijn) |
| ERE-R | RFNBO’s: hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong (zoals waterstof en e-fuels) |
| ERE-B | Vloeibare en gasvormige biobrandstoffen uit gebruikte plantaardige of dierlijke oliën en vetten (Bijlage IX, deel B) |
| ERE-C | Conventionele biobrandstoffen uit landbouw- of energiegewassen |
| ERE-O | Overige biobrandstoffen (onder meer tussenteeltgewassen en resten uit voedsel- en voederverwerking), en alleen voor 2026 nog de omgezette HBE-O’s |
Let op: ERE-R staat specifiek voor RFNBO’s, zoals hernieuwbare waterstof en e-fuels. Het is dus geen verzamelterm voor alles wat niet onder elektriciteit valt. De biobrandstoffen hebben hun eigen typen (ERE-G, ERE-B, ERE-C en ERE-O), en voor die typen kunnen regels gelden voor hoeveel er minimaal moet of maximaal mag meetellen voor de brandstoftransitieverplichting. Voor ERE-E’s, de categorie die telt voor elektrische voertuigen, gelden zulke minimum- of maximumgrenzen niet.
Elk ERE-certificaat draagt ook een sectorcode. Die geeft aan in welke vervoerssector de CO₂-reductie telt: LRE voor land, BRE voor binnenvaart en ZRE voor zeevaart. Voor het meenemen van ERE’s naar een volgend jaar geldt een spaarlimiet; ERE’s boven die limiet vervallen na de jaarafsluiting op 1 april. Zo kan een ERE-E voor de landsector (LRE-E) niet in andere sectoren worden ingezet.
Wat levert jouw laadstroom op?
Nu ongeveer €0,10 per kWh bruto, stand 16 okt 2026. Wat je netto overhoudt hangt af van je volume: reken het uit.
Wie kan ERE’s verdienen?
In principe kan iedereen die aantoonbaar hernieuwbare energie aan vervoer levert ERE-certificaten verdienen, van een logistiek depot met e-trucks tot een particulier met een laadpaal thuis. Hoe je dit organiseert, hangt af van hoeveel kWh je aan elektrische voertuigen levert.
Wil je zelf ERE’s inboeken? Dan moet je 2 miljoen kWh per jaar laden of over een eigen inboekfaciliteit beschikken. Haal je dat volume niet, dan boek je je ERE-certificaten in via een inboekdienstverlener. Zo’n dienstverlener neemt de dataverzameling, de validatie, de registratie van ERE’s, de verhandeling en de uitbetaling op zich.
Voor een inboekdienstverlener die elektriciteit van particulieren inboekt, bijvoorbeeld van mensen die thuis hun EV laden, geldt een andere drempel: van minimaal 200 particulieren een machtiging krijgen, oftewel hun toestemming om namens hen in te boeken.
Wat betekent dat in de praktijk? Je hebt twee opties:
- Als bedrijf met veel laadvolume (logistiek, wagenparken, vastgoed en CPO’s) kun je zelfstandig ERE-certificaten inboeken zodra je 2 miljoen kWh haalt, of je besteedt het uit aan een inboekdienstverlener.
- Als particulier kun je met een inboekdienstverlener werken. Hoe dat werkt, lees je bij geld verdienen met je laadpaal (thuisladen).
Belangrijk: je hoeft niet per se eigenaar te zijn van een laadpaal. Wat telt, is dat je eigenaar bent van (of gemachtigd bent via) de netaansluiting (EAN) of het allocatiepunt, en dat de laadsessies juist worden gemeten. Meestal gebeurt die meting met een MID-gecertificeerde laadpaal, bij snelladers of laadpleinen soms via een SAP.
Kom ik in aanmerking? Twijfel je of jouw situatie de drempel en de bemeteringseisen haalt? Bekijk aanmelden voor ERE’s en je weet in een paar stappen of inboeken voor jou zinvol is.
Hoeveel leveren ERE’s op?
Hoeveel je met ERE-certificaten kunt verdienen, hangt af van twee dingen: hoeveel ERE’s je opbouwt, en wat één ERE waard is. Het eerste heb je grotendeels zelf in de hand, via de herkomst van je stroom.
Laad je met stroom van het net? Dan telt niet alle geladen stroom als hernieuwbaar. Het CBS heeft voor 2026 vastgesteld dat netstroom voor 50,5% hernieuwbaar is: het aandeel hernieuwbare elektriciteit in Nederland van twee jaar eerder. Dat aandeel geldt ook voor thuisladers, ook als er zonnepanelen op het dak liggen.
Waarom geldt dat ook met zonnepanelen op het dak? Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat legt het zo uit: lokaal opgewekte stroom telt alleen mee als die via een directe lijn of als opwek op dezelfde locatie aan het laadpunt wordt geleverd. Bij thuisladen loopt de stroom in de praktijk vaak via het net, waardoor met het netgemiddelde (50,5%) wordt gerekend. Het ministerie voegt daaraan toe dat het ERE-systeem niet bedoeld is om zonnepanelen te stimuleren. Het is dus een bewuste keuze, geen weeffout.
Maar er is een route naar 100%. Wek je hernieuwbare stroom op de leveringslocatie op (of lever je die via een directe lijn), en kun je aantonen dat het laden gelijktijdig met die opwek gebeurt? Dan telt die stroom als volledig hernieuwbaar. Onder die voorwaarden verdubbelt het inboekbare volume bijna ten opzichte van het netgemiddelde.
Daar horen twee harde voorwaarden bij:
- een Garantie van Oorsprong (GvO) niet-netlevering ter grootte van de inboeking;
- geen exploitatiesubsidie (zoals SDE++) over de inboekperiode. Een verklaring van de RVO dat er in die periode geen subsidie is afgegeven, volstaat.
Je hebt hiervoor uurdata nodig van zowel de laadsessies als je eigen opwek. Door die extra administratie en kosten is de 100%-route meestal pas interessant voor bedrijven die grofweg 100 MWh laden én 100 MWh zelf opwekken per jaar.
Het verschil tussen laden met netstroom en de 100%-route werken we volledig uit in het overzicht geld verdienen met ERE’s.
De tweede factor, de waarde van een ERE, is marktafhankelijk: de prijs komt tot stand door vraag en aanbod onder brandstofleveranciers en handelaren. Voltico noemt daarom nooit een vaste opbrengst als belofte.
Wat kan jouw laadvolume opleveren? Bereken je ERE-opbrengst met de rekentool. De tool rekent met je laadvolume en je stroomherkomst: geen vaste belofte, wel een onderbouwde indicatie.
Is je laadpaal MID-gecertificeerd?
Zoek je merk of model. Je ziet meteen of de meter in de laadpaal telt voor ERE’s.
Een eerste indicatie per model. Doorslaggevend is het MID-certificaat of de EU-conformiteitsverklaring van je eigen laadpaal.
Hoe boek je ERE’s in?
Inboeken is het proces waarbij je geleverde kWh laat omzetten in ERE’s op een rekening in het REV. Daarvoor moet je kunnen aantonen hoeveel elektriciteit echt aan vervoer is geleverd en waar die vandaan komt: de NEa eist gevalideerde, toewijsbare laaddata. Handmatige of geschatte exports zijn niet verboden, maar vergroten de kans op fouten en fraude. Daarom is het belangrijk dat je laadgegevens goed worden gecontroleerd, zodat de inboeking de jaarlijkse verificatie doorstaat.
De vier belangrijkste eisen op een rij:
- Bemetering. De geleverde hoeveelheid elektriciteit wordt sinds 1 januari 2026 gemeten via een MID-gecertificeerde meter die in de laadpaal is geïntegreerd, óf via een apart bemeterd allocatiepunt (SAP). Een losse MID-meter in de meterkast voldoet niet meer. Voor bedrijven die vóór 2026 met een externe meter inboekten, geldt een overgangsjaar: voor hen gaat de eis in op 1 januari 2027. Voor particulieren is er geen overgangsjaar. Bemetering is een wettelijke bewijslast, geen keuze.
- Datakwaliteit. Betrouwbare, per laadsessie toewijsbare data is de basis. Een vaste koppeling (API of OCPP) beperkt de kans op fouten; handmatige exports mogen, maar vragen om zwaardere controle.
- Garantie van Oorsprong. Voor de 100%-route heb je een GvO niet-netlevering nodig ter grootte van de inboeking. Die GvO’s worden overgeboekt naar het account van de NEa in het VertiCer-register.
- Machtiging voor registratie in het REV. Op basis van jouw machtiging aan een inboekdienstverlener worden de gevalideerde kWh als ERE’s op een rekening in het Register Energie voor Vervoer geboekt.
Of jouw laadpaal ERE-klaar is, hangt vooral af van de meter. Het volledige stappenplan van machtiging tot uitbetaling staat in aanmelden voor ERE’s.
Welke regels en deadlines gelden er?
ERE-certificaten zijn de motor van de brandstoftransitieverplichting (BTV), de Nederlandse uitwerking van de Europese richtlijn RED III. De BTV eist tegen 2030 minstens 14,5% minder broeikasgasuitstoot uit brandstoffen in de sector vervoer. Voor de vraag naar ERE’s telt vooral de jaarlijkse verplichting: die loopt op van 14,4% in 2026 naar 28,4% in 2030, over drie sectoren: land, binnenvaart en zeevaart.
Het systeem draait op een verplichting voor brandstofleveranciers. Zij moeten jaarlijks een bepaald aandeel van hun geleverde brandstof verduurzamen en tonen dat aan met ERE’s op hun rekening. Als jij hernieuwbare energie aan vervoer levert en die laat inboeken, produceer je precies de ERE’s die deze leveranciers nodig hebben. Daar ontmoeten vraag en aanbod elkaar.
Twee jaarlijkse deadlines zijn hard:
- Vóór 1 maart: de brandstof- en elektriciteitsleveringen aan vervoer uit het voorgaande kalenderjaar moeten in het REV zijn geregistreerd.
- Vóór 1 april: verplichtinghoudende partijen, zoals brandstofleveranciers, moeten voldoende ERE’s op hun REV-rekening hebben om aan de BTV te voldoen.
Het inboeken en verhandelen moet dus ruim vóór deze data gebeuren, omdat de administratie van een heel kalenderjaar op tijd sluitend moet zijn. De achtergrond van de richtlijn lees je bij RED III en de brandstoftransitieverplichting, en het volledige jaaroverzicht bij de ERE-tijdlijn 2026–2027.
Zelf inboeken of via een inboekdienstverlener?
Zelfstandig inboeken kan, maar alleen onder voorwaarden. Je haalt de drempel van 2 miljoen kWh per jaar, én je maakt zelf de volledige bewijslast sluitend: de bemetering, de datakwaliteit, de GvO’s voor de 100%-route, de registratie in het REV en de verhandeling. Voor de meeste bedrijven en laadlocaties is dat een forse administratieve en compliance-last.
Het risico zit in de details. Inboeken is vrijwillig, maar niet vrijblijvend: er horen verplichtingen bij en de gegevens worden nauwkeurig gecontroleerd. Handmatige of geschatte data is niet verboden, maar maakt fouten en onjuiste registraties makkelijker. Doorstaat een inboeking de jaarlijkse verificatie niet, dan kan de NEa de zaak ambtshalve vaststellen en overgaan tot correctie-eisen en forse boetes.
Een inboekdienstverlener zoals Voltico neemt het inboeken van begin tot eind over: dataverzameling, validatie, registratie in het REV, verhandeling en uitbetaling. En draagt de verantwoordelijkheid dat de inboeking de controle doorstaat. De waarde zit niet in mooie beloftes, maar in zekerheid over compliance: geleverde kWh die ook echt in toegekende, verhandelbare ERE’s belanden.
Benieuwd wat een inboekdienstverlener voor jou kan betekenen? Zo werkt de inboekdienstverlener van Voltico voor jouw type locatie, van de datakoppeling tot de uitbetaling.
- Netstroom (50,5%)3.326 ERE's
- Eigen opwek (100%)6.588 ERE's
Bruto ongeveer €0,10 per kWh met netstroom en €0,21 met eigen opwek, stand 16 okt 2026. Een indicatie, geen belofte.
Wat Voltico hierin voor je doet
Voltico neemt het hele traject van je over: de datakoppeling, de validatie, de registratie in het REV, de verhandeling en de periodieke uitbetaling. Je betaalt een service fee over wat er verkocht is, nooit vooraf, en je opbrengst staat gescheiden op een derdenrekening.
