Nog 58 dagen om te kiezen voor 2026. Ons advies: regel het vóór 31 december. Aan de slag voor 2026

RED III en de brandstoftransitieverplichting (BTV): wat het voor Nederland betekent

RED III staat voor Richtlijn (EU) 2023/2413 en vormt de Europese basis voor de Nederlandse brandstoftransitieverplichting (BTV). De BTV heeft als doel om de broeikasgasuitstoot in de vervoersector tegen 2030 met minstens 14,5% te verminderen. Hiervoor wordt gewerkt met verhandelbare emissiereductie-eenheden (ERE’s) in drie sectoren: land, binnenvaart en zeevaart. Op 1 januari 2026 verving het ERE-systeem het HBE-systeem.

RED III en de brandstoftransitieverplichting (BTV): wat het voor Nederland betekent
Inhoud
  1. In dit artikel
  2. Wat is RED III?
  3. RED III in Nederland: van EU-richtlijn naar Nederlandse verplichting
  4. Wat de BTV eist
  5. Het groeipad 2026-2030
  6. Wat er in 2026 concreet is veranderd
  7. Wat dit betekent als je laadinfrastructuur hebt
  8. Wat Voltico hierin voor je doet

In dit artikel

  1. Wat is RED III?
  2. RED III in Nederland: van EU-richtlijn naar Nederlandse verplichting
  3. Wat de BTV eist
  4. Het groeipad 2026-2030
  5. Wat er in 2026 concreet is veranderd
  6. Wat dit betekent als je laadinfrastructuur hebt
  7. Veelgestelde vragen

Waar dit artikel wel en niet over gaat: RED III raakt meer dan vervoer en stelt ook doelen voor gebouwen, industrie en elektriciteitsopwekking. In dit artikel kijken we uitsluitend naar de vervoerssector: hoe RED III daar wordt toegepast, hoe de BTV werkt en hoe het ERE-systeem in elkaar steekt.

Wat is RED III?

RED III staat voor de derde versie van de Renewable Energy Directive, formeel “Richtlijn (EU) 2023/2413”. Het is Europese regelgeving die lidstaten verplicht om het aandeel hernieuwbare energie te verhogen en de broeikasgasuitstoot te verlagen. Elke lidstaat vertaalt de richtlijn naar eigen wetgeving. Hoe die vertaling eruitziet, verschilt dus per land. In Nederland heet de uitwerking voor de vervoersector de brandstoftransitieverplichting, kortweg BTV.

RED III in Nederland: van EU-richtlijn naar Nederlandse verplichting

De Nederlandse BTV staat in twee documenten. Het Besluit energie vervoer is de algemene maatregel van bestuur die de wettelijke basis legt. De Regeling energie vervoer bevat de uitvoeringsregels en de jaarparameters, zoals de fossiele referentiewaarden en de inboekdrempels.

De uitvoering ligt bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), die ook het Register Energie voor Vervoer (REV) beheert. In dit register worden ERE’s bijgehouden. Bedrijven die hun broeikasgasuitstoot moeten verminderen, gebruiken ERE’s om aan te tonen dat ze aan die verplichting hebben voldaan.

Wat de BTV eist

De BTV eist minstens 14,5% minder broeikasgasuitstoot uit brandstoffen in de vervoersector tegen 2030. Het instrument daarvoor zijn verhandelbare emissiereductie-eenheden (ERE’s), en de verplichting geldt voor drie sectoren: land, binnenvaart en zeevaart.

De BTV geldt voor brandstofleveranciers, bijvoorbeeld een bedrijf dat diesel of benzine aan tankstations levert. Zij moeten jaarlijks een bepaald aandeel van hun geleverde brandstof verduurzamen en dat aantonen met ERE’s op hun REV-rekening. Wie hernieuwbare energie aan vervoer levert en die laat inboeken, bijvoorbeeld door elektrische auto’s te laden met elektriciteit, produceert ERE’s die deze leveranciers nodig hebben. Zo komen vraag en aanbod bij elkaar.

Niet voor elk ERE-type gelden dezelfde regels. Voor de biobrandstoftypen kunnen subdoelen (een minimum) en limieten (een maximum) gelden. Dat betekent bijvoorbeeld dat er van een bepaald type biobrandstof een minimale hoeveelheid moet worden gebruikt, of juist dat er een maximum geldt voor hoeveel ervan je mag meetellen. Voor ERE-E, de elektriciteitsvariant, gelden binnen de BTV geen subdoelen of limieten.

Het groeipad 2026-2030

De jaarlijkse verplichting loopt op van 14,4% in 2026 naar 28,4% in 2030. Daardoor zijn er ieder jaar meer ERE’s nodig. Deze ambitie heeft dus direct invloed op de vraag naar ERE’s.

Let op: deze jaarpercentages zijn nog niet te herleiden tot een publieke NEa-pagina. Behandel het groeipad daarom als indicatief.

Wat er in 2026 concreet is veranderd

Met de invoering van RED III zijn Hernieuwbare Brandstofeenheden (HBE’s) vervangen door emissiereductie-eenheden (ERE’s). Belangrijk om te weten: in het ERE-systeem ligt de nadruk niet meer op de hoeveelheid geleverde energie, maar op de daadwerkelijk behaalde CO₂-emissiereductie in de keten.

Voor elektriciteit wordt binnen het ERE-systeem de ERE-E gebruikt. Daarbij wordt de emissiereductie berekend ten opzichte van een Europees vastgestelde fossiele referentiewaarde van 183 g CO₂eq/MJ.

De volledige vergelijking tussen het oude en het nieuwe systeem, inclusief wat er met gespaarde HBE-tegoeden gebeurde, lees je in HBE vs. ERE.

Wat dit betekent als je laadinfrastructuur hebt

De BTV creëert de vraag naar emissiereductie-eenheden (ERE’s). Zolang brandstofleveranciers jaarlijks moeten aantonen dat ze een groeiend aandeel van hun brandstof hebben verduurzaamd, zijn ERE’s nodig. Als jij hernieuwbare elektriciteit aan vervoer levert, bijvoorbeeld met laadpalen bij een supermarkt of op een bedrijventerrein, dan kun jij precies die ERE’s genereren.

Wat dat in de praktijk betekent, hangt onder andere af van je laadvolume en de manier waarop jouw laadsessies worden gemeten, niet van de richtlijn zelf. Voor het inboeken zelf machtig je een inboekdienstverlener, zoals Voltico, die de ERE’s namens jou in het REV registreert. Meer over de voorwaarden lees je in ERE-registratie. Meer over de eisen aan bemetering lees je in MID-meter en laadpaal. Check of jouw laadpaal MID-gecertificeerd is. Het volledige overzicht vind je in wat ERE-certificaten zijn.

Wat Voltico hierin voor je doet

Voltico vertaalt RED III en de BTV naar wat het voor jouw laadinfrastructuur betekent. Machtig je ons, dan regelen wij de registratie in het REV verder; je hoeft de richtlijn zelf niet te volgen om ervan te profiteren.

Veelgestelde vragen

Delen